Een mens is geen pop, maar beweegt levend. Beweging ontstaat van-binnen-uit. Kennis van beweging en van echte intrinsieke kracht is een kunde die door deelnemers in tweede instantie wordt geleerd.

archeologie van het lichaam

Ons lichaam is een gids naar het verleden en een poort naar de toekomst. Hiermee bewegen wij in de tijd, maar dringt de tijd ook ons lichaam binnen. Zo worden wij geschiedenis. De derde stap in het leerproces is de verkenning van het oppervlak en een speurtocht naar de binnenkant zoals zich dat in het verloop van de tijd heeft gevormd: ontstaansgeschiedenis, gewenning, stolling, verloop en rijping.

kringloop van samenhang

Men ontdekt bij zichzelf en bij anderen patronen in beweging en commoties en hun mogelijk onderliggende motieven. De kunde om onszelf en anderen te begrijpen, geeft ons betekenis, vertrouwen en richting.

ruimte maken

Wij manifesteren ons in ruimte. Ook de ruimte dringt ons lichaam binnen. Zo ontwikkelen wij ons territorium: scheppend én aanpassend. De kunde om ruimte te verwerven en meester te worden van onze eigen werkelijkheid wordt opnieuw geleerd. Dynamiek die lang geleden werd geremd of afgeschermd, wordt gewekt en baant zich een weg naar buiten. Dit gebeurt met afleggen van vaak oneigenlijk gebruik van spieren en bewegingen.

spiegelen

Ook in de spiegels van elkaar herkennen wij onszelf: ruimte die de een ontnomen en de ander te veel gegeven wordt. Opgeblazen lucht die men uitstoot in een vaak krachteloze afweer. Verlangens die zich willen uitdrukken om opgemerkt te worden. Deelnemers leren aan en van elkaar opnieuw het “schoolplein” en de liefde samen spelen. Zich verplaatsen in de ander heet de kunst om letterlijk uit te drukken – na te bootsen – wat men ziet en voelt om daarmee tot begrip en tot contact te komen.

evenwicht

Verleden zoekt verwerkelijking in het heden en verstoort daardoor vaak het evenwicht. Vaak weet onze linkerkant – letterlijk en figuurlijk – niet (meer) wat de rechter doet. Dit polariseert en houdt ons uiteen. Een vrije en natuurlijke levensgang raakt daardoor in de knel. Bewustzijn van het balanceren wordt geleerd, tussen links en rechts, tussen macht en onmacht, tussen man en vrouw, tussen moeder en vader, tussen kind en volwassene, tussen binnen mij en buiten mij, tussen verleden en toekomst. Met vallen en opstaan leert men de kunde om zichzelf letterlijk en figuurlijk in balancerend evenwicht te houden.

verbeelding

Verbeelding is onze grootste ruimte. Het zijn onze beelden, onze dromen, onze wensen en verlangens, die ons helpen om op onszelf te vertrouwen en vanzelfsprekendheid te vinden. In de mythe van ons bestaan, in onze vroegste (uterale) weefsels, opgeborgen in onze dromen en in onze symbolen, wordt het verhaal weer levend van de eenheid in onszelf, je eigen samen-zijn en het vertrouwen in de verbinding met de ander.