Vanaf het eerste moment van onze conceptie (verwekking) brengen wij aanpassingen in onze genetische aanleg tot stand, ten goede of ten kwade. Deze 'epigenetische programmering' ontstaat door wisselwerking met onze binnenbaarmoederlijke omgeving. Zo regelt ieder mens zijn unieke samenstel van al zijn fysiologische en mentale processen, alsook de mate waarin hij zijn genetische capaciteiten benut.

Na ongeveer zeven levensjaren is de basis van onze epigenetische imprint grotendeels gevormd. Dit proces zet zich ons verdere leven voort en blijft beïnvloedbaar door onszelf, alsook door onze omgeving. Bepalend zijn naast de kwaliteit van voeding ook de mate van (on)veiligheid, de hoeveelheid aanraking en intellectuele uitdaging.

Alle processen in ons organisme - verstandelijke, organische, fysiologische en psychologische vormen met elkaar een nauw op elkaar afgestemde keten. Ons systeem komt onder spanningwanneer deze keten op één of meerdere punten wordt doorbroken. Dit gebeurt bijvoorbeeld als wij - bewust of onbewust - op enig moment in die keten ingrijpen.

Door wat voor reden ook kan de continuïteit van deze keten op elk punt en op elk moment voor korte of lange tijd worden onderbroken, soms zelfs voor altijd. Deze verstoring van continuïteit veroorzaakt acute of latente weerstanden in onze weefsels, in onze spieren, wervels, organen, in onze spijsvertering, als ook in lichaamshouding, gevoelens, opvattingen, dromen en in de wijze waarop wij in het leven staan.

lees verder: spanning »