 |
| |
 |
 |
| |

Er is aangetoond dat cognitieve stimulatie en beweging de structuur van hersenen veranderen en hun informatieverwerkingscapaciteit verbeteren.
Voorts is ontdekt dat het brein zijn plasticiteit behoudt bij het ouder worden en er gedurende het gehele leven in bepaalde delen van de hersenen zelfs nieuwe cellen worden aangemaakt.
Dit proces wordt neurogenese genoemd. Cognitieve stimulatie, activeren van onze vermogens en beweging blijken deze neurogenese te verhogen.

Mensen komen pas in beweging wanneer zij van binnenuit bewogen, geroerd of opgeschud worden. Dit is te vergelijken met de uitdijende kringen die een steen in de vijver veroorzaakt, of met de logische kettingreactie die het gevolg is van een chemische impuls, of ook wel met de vanzelfsprekende ontlading van een opgebouwde elektrische spanning.
Commoties hebben wij nodig om onszelf wakker en ons organisme onder druk te houden. Mits adequaat aangebracht, zetten deze commoties ons letterlijk en figuurlijk in beweging. Zonder dat malen wij in cirkels rond en staan wij stil.
Commoties kunnen wij bewust veroorzaken door van binnen uit spanning op te bouwen. Gelijk het opwinden van een klok. Echter niet naar willekeur, maar na doelgerichte confrontatie, van binnen uit wakker geroepen of van buiten af aangebracht.

Vanaf het eerste moment van onze conceptie (verwekking) brengen wij door wisselwerking met onze binnenbaarmoederlijke omgeving aanpassingen in onze genetische aanleg tot stand, ten goede of ten kwade. Dit noemen wij de epigenetische programmering.
Zo regelt ieder mens zijn unieke samenstel van al zijn fysiologische en mentale processen, als ook de mate waarin hij zijn genetische capaciteiten benut. Na ongeveer 7 levensjaren is de basis van onze epigenetische imprint grotendeels gevormd. Dit proces zet zich ons verdere leven voort en blijft beïnvloedbaar door onszelf, alsook door onze omgeving. Bepalend zijn de kwaliteit van onze voeding, maar ook (on)veiligheid, aanraking en intellectuele uitdaging.
Alle processen in ons organisme - verstandelijke, organische, fysiologische en psychologische - vormen met elkaar een nauw op elkaar afgestemde keten. Ons hele systeem komt onder spanning wanneer deze keten wordt doorbroken. Dit gebeurt bijvoorbeeld als wij - bewust of onbewust - op enig moment in die keten ingrijpen.
Door wat voor reden ook kan de continuïteit van deze keten op elk punt en op elk moment voor korte of lange tijd worden onderbroken, soms zelfs voor altijd. Deze verstoring van continuïteit veroorzaakt acute of latente weerstanden in onze weefsels, in onze spieren, wervels, organen, in onze spijsvertering, als ook in onze lichaamshouding, onze gevoelens, opvattingen, dromen en in de wijze waarop wij in het leven staan.

Spanningen in de relatie met onze omgeving en met andere mensen worden hierdoor rijkelijk gevoed en generaties lang in stand gehouden: vaak wel twee tot zeven generaties lang door ‘transgenerationele epigenetische overerving’.
Epigenetische wetenschap laat ons zien welke impact deze spanningen hebben op onze hersenen, organen, immuunsysteem en spieren, en daarmee in onze gedachten en gevoelens.
Deze weerstanden staan een vrije, onbelemmerde stroom van onze krachten in de weg. Tevens zij vormen zij een 'trigger' voor ontlading, voor het ontcijferen van de puzzel die gaandeweg ons leven is gaan beheersen.
Doorgaans ontlopen wij deze spanningen. Liever nemen we hen niet serieus, laat staan dat wij bereid zijn om onszelf met deze weerstanden te confronteren, ze doelbewust te versterken, uit te vergroten en er actief mee aan de slag te gaan.
Commotional Psychology ziet in deze spanning een gezonde reactie van ons organisme op een ongezonde situatie (verleden, heden, toekomst). Door ons te concentreren op het effect in de totale keten, scheppen wij condities om alle krachten in ons organisme (weer) als vanzelfsprekend te laten samenwerken.
Commotional Psychology voert de spanning op tot er een reactiereeks ontstaat waardoor de natuurlijke situatie zijn loop kan hernemen. Dit haalt de oorzaak van de weerstanden niet weg, maar neemt deze wel serieus, bevrijdt hem uit zijn isolement en plaatst hem in een breder krachtenveld.
Zien wij lichaam en geest als een onlosmakelijk geheel. In de psycho-neuro immunologie is genoegzaam aangetoond dat onze gedachten, emoties, lichaamsbouw, fysiologie en onze sociale interactie, elkaar direct én wederkerig beïnvloeden en daarom alleen al niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Wij verwonderen ons als de processen in ons organisme na commotie opnieuw samenwerken en alles in ons lijf zijn vanzelfsprekende loop hervindt. Nieuw en tegelijkertijd zo vertrouwd!
Velen kennen die ervaring niet meer of zijn zich deze nog maar vagelijk bewust. Zij ervaren hun leven als verloren paradijs, als wereld die eens vanzelfsprekend was, maar nooit terug zal keren. Een natuurlijke en vanzelfsprekende wijze van zijn waarvan zij - uit schuld en schaamte - hun rechten verspeeld denken te hebben.
De idee van een verloren paradijs zorgt ervoor dat wij onze spanningen liever kwijt zijn dan rijk. Dat wij weerstanden reduceren tot schimmige psychologismen en vertalen in vage fysieke klachten welke we vervolgens behandelen met symtoombestrijding. We vluchten als het ware weg door van ons lichaam een bastion te maken.
Die spanningen confronteren ons met het verlies aan vanzelfsprekendheid en onvermogen om de weg op eigen kracht terug te vinden. Op het hervinden van onszelf, op het bestrijden van dit onvermogen, richt zich de commotionele methode.
|
|
       |
|